Stel cookie voorkeur in

Leer- en vormingsgebieden

LEZEN 

In groep 3 starten we met het Aanvankelijk leesonderwijs. We gebruiken hiervoor de methode ‘Veilig leren lezen’.

De methode is onderverdeeld in 12 leerstofkernen. In de kernen 1 t/m 6 staat telkens een aantal structureerwoorden centraal. Met deze woorden en de daarbij behorende letters wordt op allerlei manieren geoefend. Vanaf kern 7 wordt de leesvaardigheid verder uitgebreid, waarbij ook het begrijpend lezen een belangrijke plaats inneemt.

Er is een grote hoeveelheid bijbehorend materiaal waardoor de lessen aantrekkelijk zijn en er op verschillende niveaus kan worden gewerkt.

Voor het Voortgezet lezen is gekozen voor de methode ‘Timboektoe’. Dit is een methode voor groep 4 t/m 8 en sluit aan bij het aanvankelijk lezen in leerjaar 3.

De methode omvat alle facetten van het voortgezet lezen zoals:

-     technisch lezen;

-     leesbeleving;

-     informatie verwerven door lezen;

-     leesbevordering;

-     vrij lezen.

Om het technisch lezen extra aandacht te geven vindt wekelijks lezen in niveaugroepen plaats in de groepen 3 (vanaf februari). Voor de begeleiding hiervan wordt een beroep gedaan op ouders.

Voor het Begrijpend lezen vanaf leerjaar 4 gebruiken we de methode Nieuwsbegrip . Deze methode is nauw aan bij de actualiteit van de dag. In leerjaar 4 ligt de nadruk op de ontwikkeling van de woordenschat, wat goed aansluit bij het Voortgezet technisch lezen Timboektoe.

 

 

SCHRIJVEN  

In groep 2 t/m 8 werken wij met de methode ‘Schrijftaal’. Omdat de motoriek een belangrijke factor is bij het leren schrijven, wordt daaraan systematisch aandacht besteed. In ‘Schrijftaal’ worden de letters meteen in een lopend schrift geschreven zodat de stap naar het aan elkaar schrijven soepel verloopt. Al vrij snel leert het kind zich in schrijfletters uit te drukken.

In de hogere groepen komen ook andere vormen van schrijven aan de orde, zoals expressief-, in blokletters- en tempo schrijven.

Naast een goede methode is ook goed schrijfgereedschap belangrijk. Vanaf groep 4 krijgen de kinderen eenmalig een vulpen die een goede pengreep garandeert en t/m groep 8 mee moet gaan.

 

TAAL 

Voor het taalonderwijs maakt groep 1-2 gebruik van het ideeënboek van de methode ‘Schatkist’.

In groep 3 wordt gewerkt met de methode ‘Veilig Leren Lezen’ en vanaf groep 4 gebruiken we voor het taalonderwijs ‘Taal op Maat’.

Deze methode bestaat uit twee leergangen: ‘Spelling op Maat' en ‘Taal op Maat’ voor de andere taalaspecten. De leergangen sluiten geheel op elkaar aan.

In ‘Taal op Maat’ komen de verschillende functies van taal aan bod:

-     taal als speel- en ontdekmateriaal;

-     taal als communicatiemiddel;

-     taal als hulpmiddel bij verkenning en ordening van de werkelijkheid;

-     taal als middel om gedachten en gevoelens te uiten.

 

In ‘Spelling op Maat’ komen vanaf groep 4 de niet-werkwoorden en vanaf groep 6 tevens de werkwoorden aan bod. Spellingmoeilijkheden zijn in categorieën ingedeeld. ‘Taalactief’ stimuleert de kinderen ook buiten de spellingles de regels toe te passen.

 

ENGELS

In de groepen 1 t/m 8 wordt twee keer per week les gegeven in het vak Engels. We zetten daarvoor native speakers in, die samen met de eigen leerkrachten de lessen Engels verzorgen’. Naast luisteren, lezen en schrijven krijgt de spreekvaardigheid in deze methode de meeste aandacht. Na 8 jaar Engels bezitten de kinderen een stevige Engelse taalvaardigheid, die zij nodig hebben in onze moderne meertalige samenleving.

 

REKENEN

Voor het rekenonderwijs werken we met de methode ‘Pluspunt’. De methode is een realistische reken-wiskunde methode, die in alle groepen wordt gehanteerd.

Enkele kenmerken zijn:

-     verhaaltjes, tekeningen, situaties of plaatjes die ontleend zijn aan de werkelijkheid of fantasie, vormen vaak een uitgangspunt voor de rekenlessen;

-     per les staat één rekenhandeling centraal

-     regelmatig worden schema’s en modellen gebruikt om een brug te slaan tussen werkelijkheid en wiskunde;

-     de kinderen worden aangespoord om zelf tot oplossingen te komen;

-     door te overleggen over de aanpak van problemen en oplossings-mogelijkheden te vergelijken, leren de kinderen van elkaar.

 

Bovendien maakt groep 1-2 gebruik van ‘Schatkist’. Deze methode bestaat uit een aantal voorleesboeken en een kist met allerlei thema’s die uitnodigen tot diverse rekenactiviteiten.

 

 

SOCIAAL-EMOTIONELE VORMING

In alle groepen wordt intensief gewerkt met de methode ‘Leefstijl’, een programma waarmee we willen bevorderen dat de kinderen zich ontwikkelen tot sociaal vaardige, betrokken en zelfstandige mensen. De methode omvat lessen waarin het oefenen van belangrijke vaardigheden zoals het uiten van gevoelens, communiceren, weerbaar zijn, het kunnen oplossen van conflicten en het omgaan met groepsdruk, centraal staat.

 

 

LEVENSBESCHOUWING

Voor dit vormingsgebied hanteren we geen specifieke methode. Binnen ons aanbod voor sociaal-emotionele vorming staan we uitgebreid stil bij levensbeschouwelijke waarden en normen. Thema’s die aansluiten bij de christelijke tradities, zoals respect, solidariteit en waardering voor elkaar, komen jaarlijks aan bod. Hierbij gebruiken we teksten en (bijbel)verhalen die aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen. En natuurlijk staan we uitgebreid stil bij alle kerkelijke feesten.

 
WERELDORIËNTATIE

Vanaf groep 1-2 werken we met een themagerichte aanpak, genoemd IPC. Dit staat voor International Primary Curriculum.

Het IPC-curriculum is een digitaal curriculum dat werkt met duidelijk omschreven leerdoelen en thema’s die we units noemen. Van Missie naar Mars tot Circus en van Regenwoud tot Voortrekkers van verandering. Het zijn stuk voor stuk onderwerpen om kinderen enthousiast en betrokken te maken.

Elke unit sluit aan op de emotionele en geestelijke ontwikkeling van het kind en is zo opgebouwd dat de focus op het leerproces ligt. Het IPC-curriculum wordt met regelmaat geüpdatet met oog voor actualiteit en de laatste stand van zaken in de wetenschap. 
 

De units hebben een vaste structuur. Leren staat in het IPC-curriculum centraal. Elke unit wordt op een inspirerende manier geopend. De opening is bedoeld om kinderen betrokken en enthousiast te maken. Dan volgt de ‘kennisoogst’. Welke kennis is al aanwezig bij de kinderen? Er wordt onder meer gewerkt met mindmaps (visuele schema’s) die helpen kinderen in te zien wat ze al weten van een onderwerp.

Dan volgt een uitleg door de leraar met oog voor ‘the big picture’. Eenmaal klaar zijn de kinderen voldoende uitgerust om op onderzoek uit te gaan en hun bevindingen te verwerken. De leerkracht is de coach en in de buurt om waar nodig te helpen. Uiteindelijk sluiten we het thema af waarbij de leeropbrengst gevierd wordt.
 

 

VERKEER  

Vanaf groep 1 wordt verkeersles gegeven. We gebruiken daarvoor de methode ‘Wijzer door het verkeer’. Bij verkeerseducatie gaat het om kennis, inzicht en vaardigheden. Vaardigheden in het verkeer, zoals afslaan, voorsorteren, en het toepassen van de voorrangsregels, leert de leerling in de praktijk. Kennis en inzicht worden aangeleerd in de klas en wel op drie niveaus:

De leerlingen leren op een eenvoudige manier de belangrijkste verkeersafspraken en verkeersborden, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar gedragingen met betrekking tot hun eigen veiligheid. De individuele redzaamheid komt vooral aan de orde in de onderbouw;
Tevens is het van belang rekening te houden met anderen in het verkeer. Aan sociale redzaamheid wordt in de methode vanaf groep 4 aandacht gegeven;
In hogere groepen wordt daarnaast ook gewerkt aan een kritische kijk op het verkeer als maatschappelijk verschijnsel. Milieuvraagstukken, leefbaar-heid, bereikbaarheid en het kiezen van een vervoermiddel komen hierbij aan de orde (maatschappelijke redzaamheid).

In groep 7 worden kennis en inzicht getoetst door middel van een verkeersexamen dat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte bestaat. Bij dit laatste gedeelte fietsen de leerlingen een bepaalde route in de eigen omgeving waarbij ze op een aantal punten worden beoordeeld.

 

EXPRESSIEVAKKEN 

Dans, drama, handvaardigheid, tekenen en muziek zijn vakken die kinderen kennis bijbrengen en vaardig maken op het gebied van kunst en cultuur. Bovendien dragen deze vakken in belangrijke mate bij aan hun persoonlijke en sociale ontwikkeling. Om dit te realiseren maken we in alle groepen gebruik van de methode ‘Moet je Doen’.

 

Deze methode biedt een doorgaande lijn door de leerjaren heen. Kinderen maken van de al eerder opgedane kennis en vaardigheden steeds een stapje naar de volgende ontwikkelingsfase. Nieuwe stof sluit aan op de eerder behandelde begrippen, materialen en technieken. De leerlingen leren handelingen uit te voeren op verschillende niveaus. Het gaat daarbij naast kennis, inzicht en technische vaardigheden vooral ook om de ontwikkeling op sociaal-emotioneel niveau.

 

Dans

De lessen dans zijn onderverdeeld in dansexpressie, kinderdans en dansbeschouwing. Kinderen leren ervaringen, ideeën en gevoelens in dans te uiten en vorm te geven. Ze maken kennis met de betekenis en de beleving van dansin verschillende culturen en leren terug te kijken op de manier waarop zijzelf en anderen dansen.

 

Drama

Kinderen krijgen inzicht in de expressieve mogelijkheden van stem, taal, houding, beweging en mimiek. Ook maken ze kennis met door anderen gespeeld theater en met de manier waarop een voorstelling tot stand komt.

 

Handvaardigheid

Kinderen maken kennis met veel verschillende materialen en technieken. Met behulp daarvan komen ze tot ideeën, waarnemingen en gevoelens, die ze in werkstukken kunnen weergeven. Ze krijgen inzicht in de functies en betekenissen van beelden in hun dagelijkse omgeving en ze bekijken en bespreken de door hen en anderen gemaakte werkstukken.

 

Tekenen

Kinderen leren hoe ze hun ideeën en waarnemingen in een plat vlak kunnen uiten. Ze leren verschillende materialen en technieken toe te passen. Evenals bij handvaardigheid worden de gemaakte tekeningen besproken.

 

Muziek

Kinderen leren de eerste beginselen van de taal van muziek en ontdekken hun muzikale mogelijkheden. Ze doen dat onder meer door naar muziek van henzelf en van anderen te luisteren, zelf muziek te maken, te bewegen op muziek en over muziek te praten.

 

Cultuureducatie

Hieronder worden alle educatieve activiteiten verstaan die leerlingen in contact brengen met verschillende cultuuruitingen. Dat kan door middel van actief bezig zijn met muziek, handenarbeid, tekenen, drama en dans, maar ook door te kijken naar tentoonstellingen en voorstellingen of door mensen in de klas te halen.

Alle genoemde disciplines komen jaarlijks aan bod. We streven ernaar om het cultuuraanbod van deze regio te integreren in en gerichter af te stemmen op ons onderwijs.

Jaarlijks staat een discilpine uit cultuureducatie centraal, zoals beeldende vorming, multiculturele samenleving, muziek, dans en drama aan de beurt. Rondom deze disciplines selecteren we voorstellingen en activiteiten en zoeken we naar cultureel erfgoed (musea, monumenten, landschap) in de omgeving. Lessen over kunst en erfgoed stimuleren immers niet alleen de nieuwsgierigheid en creativiteit maar ook vaardigheden als onderzoekend- en zelfstandig leren.

  

 

BEWEGINGSONDERWIJS

Voor de lessen bewegingsonderwijs maken alle groepen gebruik van de methode ‘Basislessen Bewegingsonderwijs’.

De groepen 1-2 hebben dagelijks twee bewegingsactiviteiten van ongeveer 45 minuten, in de speelzaal/gymzaal of buiten.

De groepen 3 t/m 8 krijgen tweemaal per week bewegingsonderwijs. Elke les wordt door de groepsleerkracht gegeven in de gymzaal. Bij goed weer gaan we zoveel mogelijk naar buiten. Eenmaal in de week maken de kinderen kennis met allerlei spelen en de daarbij behorende speltechnieken. Tijdens de andere les leren de kinderen allerlei bewegingsvormen op verschillende toestellen.

Het dragen van gymkleding en gymschoenen is verplicht. Na afloop van de gymles wordt er vanaf groep 3 gedoucht. Hierbij is het dragen van slippers aan te bevelen.